De
boerderij van de toekomst staat in de stad van de toekomst
door Victor Christiano

In de toekomstige stadsboerderijen worden
de groenten rechtstreeks verkocht aan
de consument. Foto Katja Bone.
In het nieuwe denken over stadsontwikkeling
wordt gestreefd naar ecologische metropolen, waar de cultuur een
uitbreiding vormt van de natuur. De verschillen tussen stad en
platteland gaan geleidelijk minder worden. In de toekomstige
stedelijke regio's bevinden zich boerderijen die vrijwel alle
benodigde etenswaren leveren. Aan veel van deze stadsboerderijen
zijn restaurants en winkels verbonden.
Het principe van de stadsboerderij
In de stad van de toekomst wordt het voedsel voor de bevolking
zoveel mogelijk lokaal geproduceerd in stadsboerderijen. De
voedselproductie zal veel meer dan tegenwoordig bestaan uit
permacultuur, het bieden van hulp aan natuurlijke plantengroei.
De taak van de mens daarbij is voornamelijk het creëren van
optimale condities voor het groeien van de voedingsgewassen. Het
tegenwoordig gangbare systeem van voedselproductie en
-distributie bestaat uit verspreide agrarische productie in
landelijke omgevingen, vervolgens transport naar en verwerking
door uiteenlopende voedingsmiddelen-industrieën en daarna
transport naar en distributie in de stedelijke omgeving. Dat
systeem is heel ondoelmatig en zal dan ook vrijwel zeker door
een betere methode vervangen worden.
In de 20ste eeuw was de primaire attitude met betrekking tot
plantengroei en dierlijk leven dat de hinderlijke en schadelijke
effecten daarvan tegengegaan moesten worden. De opkomst van de
intensieve landbouw was een 20ste-eeuwse poging om een
anti-natuurlijk landbouwsysteem te introduceren, waarin de
natuur vooral als barrière werd beschouwd. In de 21ste eeuw
begint men de natuur als producent te herontdekken. Dat komt
onder meer tot uitdrukking in een veranderend stadsconcept.
Steden werden in de 20ste eeuw, en ook nu vaak nog, beschouwd
als bedreigingen van het mondiale ecosysteem. In het nieuwe
denken over stadsontwikkeling wordt de stad juist gezien als een
ecologische verbetering: een gebied met verhoogde leefbaarheid,
niet alleen voor de mens maar ook voor andere levensvormen.
Men begint te ontdekken dat de mens als taak heeft om leefbare
omgevingen te creëren, dat wil zeggen ecologische metropolen
waar de cultuur een uitbreiding vormt van de natuurlijke
rijkdom. Verspreid in deze toekomstige stedelijke regio's zullen
boerderijen gevestigd zijn met winkels waar men vrijwel alle
benodigde etenswaren kan kopen.
Permacultuur
Plantengroei komt weer terug in de cultuur als permacultuur, om
in het dagelijkse leven op duurzame wijze direct bij te dragen
aan de voorziening in de levensbehoeften. Daarbij krijgt de
gezondheid van de planten veel aandacht. Al in de jaren 1960
werd dankzij onder meer het boek "Silent Spring" duidelijk dat
het in de land- en tuinbouw bestrijden van schadelijke insecten
met gifstoffen tot een planetaire ramp leidt. (Rachel Carson: "Silent
Spring"; Penguin Books, England, 1965.)
Door verschillende wetenschappers werd onderzoek gedaan hoe
schade door insecten op milieuvriendelijke wijze kan worden
tegengegaan. Er verschenen op basis van die research
uiteenlopende nuttige boeken, zoals het boek "Gärtnern Ackern -
ohne Gift" door Alwin Seifert. ( Nederlandse uitgave: "Tuinieren
zonder gif"; Hollandia, Baarn, 1973)
Het bestrijden van schadelijke insecten met gifstoffen wordt nog
steeds toegepast, maar het is een achterhaalde methode die waarschijnlijk
geleidelijk helemaal in onbruik zal
raken. In de toekomst zullen ongetwijfeld vele al langer
bestaande inzichten toepassing vinden, ideeën van mensen die hun
tijd vooruit waren. Zo is al lang bekend dat planten door juist
bodembeheer een dermate goede gezondheid kunnen krijgen dat ze
vrijwel nooit door schadelijke insecten aangetast worden.
Permacultuur is gebaseerd op het versterken van de principes die
in de natuur voor gezonde plantengroei zorgen. Elke plantensoort
groeit het beste op een voor die plant geschikte bodem.
Uitgaande van dit principe is het mogelijk om door de
samenstelling van de teelaarde optimaal gezonde groenten te
verbouwen. Er bestaat een voortdurende wisselwerking tussen de
bodem en de plant. In het leefsysteem van plant en bodem
fungeert de bodem als spijsverteringsstelsel. De door het
bodemleven verteerde voeding lost op in water en wordt vandaar
door de plantenwortels opgenomen. De aarde moet daarom niet
alleen alle nodige voedingsstoffen en voldoende water bevatten
maar ook een kruimelige structuur hebben zodat de wortels zich
er gemakkelijk in kunnen verspreiden.
In een efficiënte stadsboerderij gaat men voor het vervaardigen
van compost uit van een goede algemene compostgrond; deze wordt
voor ieder gewas met specifieke bestanddelen aangevuld. De
compost wordt vervaardigd van het groente- en fruit-afval dat de
klanten als ze in de winkel van de boerderij inkopen doen
meebrengen. Dat organische materiaal wordt evenals het afval van
de boerderij zelf verwerkt tot hoogwaardige compost, waarbij
onder meer compostering door wormen wordt toegepast.
Minder vlees
Stedelijke voedselproductie kan alleen dan op grote schaal in de behoefte
voorzien als de consumptie van vlees drastisch wordt verminderd.
Dat is heel goed mogelijk want er is veel bewijs dat de mens van
nature een herbivoor is. Dat blijkt bijvoorbeeld wel uit het
feit dat mensen vrijwel nooit zoals carnivoren en omnivoren zelf
dieren doden en rauw verslinden. We missen de instinctieve drang
om dat te doen en ook beschikken we niet over de klauwen en de
grote scherpe hoektanden die daarvoor nodig zijn.
De anatomie van carnivoren en omnivoren wijkt aanzienlijk af van
van die van herbivoren zoals de mens. Carnivoren en omnivoren
kunnen krachtig bijten maar vrijwel niet kauwen. Ze kauwen hun
dierlijke voedsel vrijwel niet; ze trekken het in stukken en
schrokken die in hun geheel naar binnen. Dat wij herbivoren zijn
blijkt ook uit het gegeven dat ons maagsap veel minder zuur is
dan dat van carnivoren en omnivoren. Andere aanwijzingen zijn de
enzymen in ons speeksel die koolhydraten afbreken, onze tamelijk
beperkte maagcapaciteit en onze lange dunne darm.
Veel onderzoek wijst er op dat plantaardig voedsel, in het
bijzonder rauwkost, kan voorzien in het grootste deel van de
menselijke voedselbehoeften. Met name groenten en fruit bevatten
veel voor de mens belangrijke voedingsstoffen zoals goede
koolhydraten, belangrijke micronutriënten en vezels. De nodige
eiwitten kunnen worden verkregen uit onder meer peulvruchten,
eieren en zuivelproducten.
Dat een dieet met vooral plantaardig voedsel heel gezond is bleek
bijvoorbeeld bij een onderzoek in Italië. Daarbij werd bij meer
dan 5000 personen van 60 jaar en ouder de relatie tussen de
eetgewoonten en het sterftecijfer onderzocht. Bij een
voedingspatroon bestaande uit onder meer veel rauwe groenten
bleek 50% minder sterfte op te treden. (G. Masala et al "A
dietary pattern rich in olive oil and raw vegetables is
associated with lower mortality in Italian elderly subjects",
British Journal of Nutrition 98(2), pag. 406-415, 2007.)
Stadsboerderijen in de derde wereld
Veel armoede in de megasteden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika
heeft te maken met het moderne systeem van voedselproductie en
distributie. Daarom kunnen stadsboerderijen een oplossing voor
deze problemen bieden. In deze steden komen nu al steeds meer
stadsboerderijen om de inwoners van voedsel te voorzien, zo
meldt de RUAF Foundation. (www.ruaf.org) RUAF staat voor
Resource centres on Urban Agriculture & Food security. Er zijn
volgens de RUAF Foundation al circa 200 miljoen mensen als
stadsboer actief.
In de derde wereld is het ter plaatse produceren van voedsel een
belangrijke remedie tegen hongersnood. De problemen in de arme
buitenwijken van de megasteden kunnen niet worden opgelost door
daar het voedseldistributie-systeem van de westerse wereld te
introduceren. Een wel succesvolle aanpak zou kunnen zijn dat de
in deze omgevingen al bestaande stadstuinbouw efficiënter wordt
gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld met eenvoudige bouwpakket-kassen.
Met zo'n snel te bouwen eenvoudige kas kan waarschijnlijk
gemakkelijk worden voorzien in de voedingsbehoeften van meerdere
gezinnen. Zulke kassen kunnen het probleem van de
voedselvoorziening in de almaar groeiende megasteden oplossen.
Ze kunnen fungeren als stadsboerderijtjes die het hele jaar door
voedsel produceren en een hoge opbrengst per grondoppervlak
leveren. Aan deze stadsboerderijen kan een winkeltje verbonden
zijn, waar direct aan de lokale bevolking geleverd wordt.
Stadsboerderijen in de westerse wereld
Ook in de welvarende landen groeit het besef dat
dicht-bij-huis-productie van voedsel grote voordelen heeft. Op
de site www.cityfarmer.info
van de organisatie City Farmer, die
in 1978 in Vancouver, Canada, werd opgericht, staan vele
artikelen over projecten met stedelijke tuinbouw op steeds meer
plaatsen op aarde.
Deze site bevat ook honderden pagina's met
praktische informatie over het in de stad kweken van
voedselgewassen.
Interessant is ook dat door GrownDownTown, een Nederlands
samenwerkingsverband van enkele bedrijven, research wordt
verricht inzake de mogelijkheid om stadsboerderijen te vestigen
in bestaande kantoorgebouwen. Er staan tegenwoordig veel
kantoorgebouwen leeg en deze kunnen worden gebruikt om er
stadsboerderijen en bijbehorende restaurants en winkels in te
vestigen. Uitgangspunt van GrownDownTown is dat op basis van
plant-fysiologische kennis met moderne technologie voor elke
plant optimale condities worden gecreëerd. De eerste
stadsboerderij volgens het concept van GrownDownTown wordt
gerealiseerd in Amsterdam, onder de naam De Groenten uit
Amsterdam (
www.degroentenuitamsterdam.nl).
Enkele andere projecten in Nederland met tuinbouw in de stad zijn
onder meer de buurtmoestuin "Hof van Reseda" in Groningen
(www.hofvanreseda.nl),
de stadsboerderij Caetshage te Culemborg (www.caetshage.org) en
de Stadsboerderij Almere (www.stadsboerderijalmere.nl).
|